CHINESE GENEESKUNDE
Acupunctuur is het meest bekende onderdeel van de Traditionele Chinese Geneeskunde ( TCG, of ook wel TCM=Traditional Chinese Medicine) , welke al eeuwenlang de belangrijkste vorm van geneeskunde is in China, Japan en meerdere Oosterse landen.
Het heeft een ontwikkeling van maar liefst vierduizend jaar doorgemaakt: eeuwen geleden konden de chinezen het funktioneren van het menselijk lichaam al nauwkeurig verklaren door de natuur te observeren.
Naast acupunctuur vormt kruidengeneeskunde de belangrijkste pijler. In de loop der eeuwen heeft deze zich ontwikkeld tot een volwaardig wetenschappelijk systeem.
Ademhalings- en ontspanningsoefeningen ( QiGong ), bewegingsoefeningen ( Tai Chi ) en massage ( TuiNa ) maken de chinese geneeskunde compleet.
Sinds de zeventiger jaren is de Traditionele Chinese Geneeskunde in het Westen doorgedrongen en heeft het zich verder ontwikkeld en verbeterd. Momenteel wordt acupunctuur bij eenderde van de wereldbevolking toegepast.
De chinese geneeskunde gaat er van uit dat lichaam, geest en omgeving op elkaar inspelen.
Ze kunnen niet los gezien worden van elkaar , niet bij gezondheid en niet bij ziekte .
Deze gedachte begint ook in het Westen terrein te winnen.
Daarom wordt acupunctuur steeds minder als een alternatieve geneeswijze beschouwd, en steeds meer als een volwaardige aanvulling op de Westerse geneeskunde .
 | |  |
acupunctuurpunten | | kruiden |